Een dichteres en een componist beginnen aan een briefwisseling. Het experiment kent slechts één regel: elk houdt zich aan zijn eigen taal – het geschreven woord en de gespeelde muziek.
Wat begint als aarzelende tocht op een Babylonische berg, ontwikkelt zich tot een intrigerend denkkasteel.

De houvast creëert zichzelf: de zoektocht naar bevestiging, naar tekenen van begrip wordt de fundering van een nieuw dialect.
Hoe klinkt de dialoog als ieder vanuit zijn eigen achtergrond probeert om die van de ander te vatten en daar zijn eigen schetsen naast te leggen? Elke briefschrijver beweegt zich in een sferische wolk, zonder bovenkant of oriëntatie, met één onzekerheid die voortdurend over de schouder meekijkt: zal de ander me begrijpen? Komt er een geheel als ieder vanuit zijn eigen achtergrond praat?

Over de uitgesproken en onuitgesproken twijfels van de kunstenaar, blijvend onbeantwoorde vragen, en hoe daarmee omgaan.